Home Loopografie Spartathlon Sakura-Michi Links Contact Foto's  
 

De wedstrijd start iedere laatste vrijdag van september om 7 uur 's morgens. Tot in 1992 gebeurde dat aan de poorten van het Atheense Old Olympic Stadium, waar in 1896 de eerste moderne Olympische Spelen werden gehouden. In 1993 en 1994 werd de start echter gehouden aan de voet van de Acropolis om verkeerstechnische redenen : op die wijze veroorzaakte de Spartathlon minder verkeerschaos.

De wedstrijd wordt onderverdeeld in zes basissecties. Aan het eindpunt van iedere sectie geldt het kontrolepunt ook als eliminatiepunt. Iedere atleet moet het eliminatiepunt binnen de vastgestelde tijd bereiken, anders wordt hij onverbiddelijk uit de wedstrijd genomen. Over de ganse wedstrijd zijn ook 75 kontrolepunten voorzien, die ook als bevoorradingspost gelden waar water, fruit en andere verfrissingen klaaliggen.(om de 3 á 5km).


Wedstrijdsecties :

a.       Athene-Corynthe        81km totaalafstand        81km        eliminatietijd    9u30

b.       Corynthe-Nemea         43km                           124km                        16u

c.       Nemea-Lyrkea                   25km                       149km                      20u

d.       Lyrkea-Nestani           23km                       172km                        24u30  

e.       Nestani-Tegea                 23km                       195km                             28u

f.       Tegea-Sparti                  50km                            245km                       36u


A. Athene-Corynthe (0-81km)

Vanaf de de start lopen de atleten 11 km door de verkeerschaos

van een wereldstad, veel lawaai en getoeter, veel smog en weinig zuurstof. Daarna gaat het via de pechstrook van een zesvaks autosnelweg tot    Elefsina (km24), waar ze de kust bereiken en tussen

scheepswerven, olieraffinaderijen en fabrieken met immense schoorsteenpijpen laveren. Een waanzinnig scenario : de kleine groepjes atleten tussen die overdonderende vrachtwagens, groteske fabrieken en dominerende werven, waar een doordringende rook- en oliegeur de lopers blijft achtervolgen en het ademen bemoeilijkt.

Eens Elefsina achter de rug, wordt de route iets minder druk en drukkend : langs brede, maar voortdurend golvende wegen wordt Megara (km42) bereikt. De lopers volgen nu verder de oudere nationale weg langsheen de kronkelende Skironische kust met zijn mooie witte rotsen en blauwgroene water tot in Isthmia (km79) waar ze het indrukwekkende kanaal van Corynthe oversteken. Bussen toe­risten nemen er op Spartathlon-day graag deze supplementaire attractie bij. Na het beroemde kanaal lopen de deelnemers 2,5 km langs de nationale weg Corynthe-Patras, waarop een erg drukke verkeersstroom raast, om op die wijze het eerste eliminatiepunt te bereiken.  •

Tijdens de eerste elf edities was de toegelaten looptijd tot Corinthe 10uur. Vanaf de 12de editie werd dere op 9u30 gebracht.


b. Corynthe-Nemea (81-124 km)

Vanaf het eerste eliminatiepunt krijgt de wedstrijd een totaal ander uitzicht : voorbij zijn de drukte van de grote wegen en het vele lawaai. Het parkoers ontvouwt zich nu door de Peloponesus, een wondermooie streek, met rustige, smalle, golvende grindwegen tussen de wijngaarden en de olijfbomen, langs uitge­droogde rivierbeddingen. De lopers rennen er van het ene verlaten gehuchtje naar een ander stil dorpje. Enkel in Ancient Corynthe is er wat toeristische drukte, op andere plaatsen zijn het de dorpsjeugd en de plaatselijke bevolking die de atleten en de volgers water en druiven aanbieden.

Vanaf Zevgolation (km 105) beginnen de beklimmingen van de bergpas die Ancient Nemea van de zee scheiden. Het Halcion­gebergte is ruw maar blijkt nog niet eens een voorspel van wat de lopers later te wachten staat.

Voor het grootste aantal atleten is die zone ook een overgangsfase : van het drukke verkeer en de drukkende hitte van de dag naar de iets mildere temperaturen van de avondschemering met de invallende duisternis en de grotere eenzaamheid.

Nemea moet binnen de 16 uur bereikt worden of de wedstrijd is voorbij ...


c. Nemea-Lyrkea (124-149 km)

De wedstrijd vordert door een erg weinig bewoond gebied naar halfweg. Van Nemea gaat het enkel door het bergdorpje Malandhreni tot Lyrkea. Duisternis, onverlichte paden met grote karresporen, putten en keien maken het voor de volgers in hun wagens als een avontuurlijke rallyrit in deze bergstreek. Voor de atleten is de opdracht des te zwaarder : met behulp van een schamele zaklantaarn kunnen ze onmogelijk alle kuilen vermijden en is het een helse belasting voor hun vermoeide lichaam. Niet te verwonderen dat in deze strook vele ultralopers fysisch en mentaal ten onder gaan en opgeven. Eliminatietijd in Lyrkea is 20 uur wedstrijd.


d. Lyrkea-Nestani (149-172 km)

Lyrkea, een magische naam in de Spartathlon : een prachtig bergdorpje met enkele tientallen huizen en twee dorpsherbergen. Voor de atleten een laatste deftige rust- en verzorgingsplaats

voor ze de Sangaspas moeten aanpakken, voor de volgers en de begeleiders een laatste kans om 's nachts een warme hap te verorberen. Dee souvlakis en het schape- en zwijnevlees van de barbecue worden

daar dan ook in grote porties aangesproken.

Na Lyrkea stijgt een zes kilometer lange asfaltweg (tot in 1991 was dit nog een brede grindweg vol putten) langs Kaparelli, van de ene haardspeldbocht naar de andere. Tot de atleten Beys Ladder (km 159.3) bereiken, de allerlaatste verzorgingsplaats- op een hoogte van 800 meter -, voor ze de apocalyptische rotsmassa worden opgejaagd. Van hieraf is het nog 2300 meter klimmen langs de bergwand om een hoogteverschil van 400 meter te overwinnen !! Lopen of wandelen is uit den boze, het is louter klimwerk over losliggende stenen of gigantische rotsblokken. En enkele malen is er hoogstens een nauw bergpaadje langs een gapende afgrond, levensgevaarlijk en huiveringwekkend. De deelnemers moeten er voortdurend geconcentreerd zijn op de ondergrond maar ook op de amper verlichte merktekens, zoniet kunnen ze hopeloos verdwalen. Hier wordt ongetwijfeld voor iedere finalist de heroiek van de Spartathlon geschreven : het zijn onvergetelijke belevenissen langs die bergwand en op de top, tijdens de nacht, in een machtig kader van omringende bergen, boven zich een flonkerende sterren­pracht en onder zich de lichtpuntjes van lagerliggende dorpjes.

Op de top wacht 2700 meter dalen over stenen en keien, langs rotsen en struiken om het gehucht Sangas te bereiken. Vandaar daalt de weg langs normalere grind- en veldwegen tot in Nestani (km 172) waar het vierde eliminatiepunt is dat elke atleet binnen

24u30 moet bereiken. Wie zover geraakt mag zeggen dat hij/zij die dag reeds veel heeft meegemaakt !


e.      Nestani-Tegea (172-195km)

Voor de atleten die dit punt tijdig haalden ligt het ergste hier achter de rug; 73km scheiden hen nog wel van de finish maar de nacht en de berg zijn overwonnen, de wegen zijn vlak en lichtlopend en de zengende hitte komt er pas tegen de middag. De meesten halen in die sector dan ook opnieuw een behoorlijk loopgemiddelde tot ze het ruinedorp Tegea bereiken. Daar nemen velen een korte verzorgingsperiode om zich te wapenen (dwz zonnebril, zonnepet en zonnecreme) voor de resterende 50 km naar Sparta.


f.    Tegea-Sparta (195-245 km)

Na enkele kilometers draaien de ultralopers de nationale baan Tripolis-Sparta op, de weg van de duizend bochten. Deze brede asfaltweg leidt hen over een sterk golvend parkoers met enkele nijdige hellingen, kronkelend langs haardspeldbochten. De zon kan hier ongenadig te keer gaan. Waar er tot voor enkele jaren enorm druk vrachtwagenverkeer was en vele chauffeurs de atleten met claxongetoeter aanmoedigden, wordt deze weg nu veel minder gebruikt. Sedert de nieuwe autosnelweg, met de tunnel onder de Sangaspas, klaar is, lijkt de huidige baan vaak wel een dodenweg, zo verlaten ligt die er soms bij. Daarom blijft dat laatste marathonnetje mentaal een lastig karwei waaraan een einde komt op een vijftal kilometer van Sparta. Een gevoel van opluchting en trots overvalt elke atleet, als hij in de verte de stad als eind­punt naderbij ziet schuiven, omkroond door de koperen muur van het Taygetosgebergte. En eens hij de brug over de halfuitgedroogde Eurotas-rivier oversteekt beseft hij tenvolle dat de klus bijna geklaard is : de 250 km tussen Athene en Sparta heeft hij te voet afgelegd binnen 36 uur. Terecht mag hij/zij zich, niet zonder trots, 'Spartatleet' noemen ...