Home Loopografie Spartathlon Sakura-Michi Links Contact Foto's  
 

* Wat inspireerde me?

* 1996, een goed wijn jaar?

* Onuitwisbare herinnering aan de Spartathlon '96

 

 

 

 

 

 

Wat inspireerde mij om deel te nemen aan de Spartathlon?


Een artikel in een Nederlands tijdschrift eind 1992 namelijk Hl/duursport-magazine geschreven door Ton Smeets.

Die in 1991 zelf de Spartathlon volbracht in een tijd van 33uur 56 minuten.


Hieronder volgt het artikel:


Sparta – Spartathlon 1992


Athene / Sparta 26-09-1992 De Bulgaar Rouskow werd op slag een bekende ultraloper door de tiende editie van de Spartathlon op zijn naam te schrijven. Achter hem vond een interessant duel plaats. Paul Beckers en Wim-Bart Knol wisselden stuivertje om de 2de en 3de plaats.

Op minder dan een marathonafstand van de finish wilde het niet meer bij Wim-Bart Knol. Al wandelend naar de finish had hij 3 uur mogen verliezen eer hij zijn derde positie moest prijsgeven.

Maar zelfs wandelen bleek te veel voor de meer dan vermoeide benen van dit komende talent.

Een 24-uur loop zou een goede investering zijn om volgend jaar in de Spartathlon zijn ware kunnen te demonstreren.

Maar vooralsnog is er niets, want aankomen is het allerbelangrijkste bij de Spartathlon.

Succes was er wel voor Ron Teunisse zijn 10de plaats was dan ook eerder een overwinning op zichzelf. Een bewijs dat we deze oudgediende van de langere ultra nog lang niet mogen afschrijven.

Cees Verhagen schaarde zich tot de groep van Spartathlonfinishers in een goede eindtijd van 33 uren 35 minuten.

Opmerkelijk was de deelname van pa en zoon Verdonck die beide de Spartathlon volbrachten zoon Philip is 19 jaar, wat zondermeer jong is voor een dergelijke monstertocht TON SMEETS

 

Eind 1993 schreef Jos Cleemput in ultra ook over vader en zoon

 

Sparathlon 1993

 

De Bevernaars vader en zoon William en Philip Verdonck worden een curiosum in de ultraloop, net als de Japanse tweelingbroers, die een uur later samen binnenliepen.

Vorig jaar was het hen al geluk de Spartathlon samen binnen de tijd af te werken, nu bevestigen ze met nog een paar uren van hun tijd af te pitsen.

De Japanse tweelingbroers Yoshikoshi Osamu en Miyako.

In 1992 eindtijd in de Spartathlon 35 uren 40 minuten.

In 1993 eindtijd in de Spartathlon 34 uren 33 minuten.

De Belgen vader en zoon Verdonck William en Philip.

In 1992 eindtijd in de Spartathlon 34 uren 23 minuten.

In 1993 eindtijd in de Spartathlon 33 uren 32 minuten.

Deze artikels inspireerde mij om het ook eens te proberen, en zo stond ik 1994 aan de start van de Spartathlon.

In 1994 kwam ik na een beetje zoekwerk in contact, met de Japanse tweelingbroers wat bleek het waren geen broers maar man en vrouw.







(klik op de foto om hem te vergroten)


Miyako en Osamu spelen het al 14 jaar achtereen klaar de Spartathlon uit te lopen en hopelijk slagen ze in april 2008 ook voor de 15de verjaardag. Ze ontmoeten elkaar voor het eerst in Japan 2004

 

Foto: William,Miyako,Osamu,Philip

        

Was 1996 een goed wijn jaar?

Ik weet het niet, maar voor de Spartathlonatleten alleszins wel want alle drie haalde ze de finish.

De Sparatathlon beleefde 1996 zijn veertiende editie.

Tussen de 167 vertrekkers uit 28 landen ook drie landgenoten: de Truiense Katia Nolens – Galmaardennaar Wilson Dammekens en Joseph Buteneers uit het Brabantse Linter.

Dat Roland Vuillemenot de 246 km – lange tocht als primus beëindigde (in 26u21) was een eerste verassing.

De Franse veteraan van vele 100 km-oorlogen had drie weken eerder nog de Europese titel in de wacht gesleept in 6u43. Petje af voor deze kranige 50-jarige die daarmee het wereldrecord in zijn categorie een flink eind omhoog krikte.

Verassing nummer twee: onze Belgen haalden alledrie de finishlijn aan Leonidas’standbeeld in Sparta.

Dat was eerder nooit gebeurd (dat alle gestarte Belgen finishen)

PORTRET: Van de drie Belgische finishers

Katia Nolens: Eerste Belgische Spartatlete.

Is er als eerste landgenote in geslaagd haar naam op de erelijst te zetten van de Spartathlon.

Je weet wel, die Griekse kanjer van 246 kilometer tussen hoofdstad Athene en Sparta. De Truiense klaarde eind september 1996 de lastige klus in 35 uren 11 minuten en kwam als 45ste op 167 gegadigden uit 28 landen door het lint aan Leonidas’ standbeeld. Haar eerste poging werd meteen een schot in de roos.

Onvoorbereid trok Katia er uiteraard niet naartoe.

Dit seizoen had ze immers al zeven marathons, drie races over 6 uur, een 12-uur en twee 24-urenlopen in de beentjes. En dan spreken we nog niet over het onnoemelijke aantal harde en eenzame trainingskilometertjes.

“Ik wist dat ik er klaar voor was“, aldus Katia.“In die laatste 24 urenloop had ik bijna 190 kilometers op de teller staan, zonder te forceren.“

De Spartathlon is echter andere koffie: de hitte, het gebergte, de nacht…Je zou voor minder bibberen.“Nochtans kreeg ik het nog zo kwaad niet“, aldus Katia.“Alleen de maag lag een beetje overhoop en er was een probleempje met een teennagel.

Maar de limiettijd van 36 uren kwam nooit in gevaar.“

Wilson Dammekens:

Had er in 1995 al een Spartathlon opzitten. Toen klokte hij 33u14 en leerde zijn les. ”Veel te snel van stapel gelopen“, aldus Wilson voor de start nu. ”Ook een halfuurtje de weg kwijt gespeeld. Dat zal me nu niet meer overkomen.“Hij hield woord: de zeventiende plaats werd zijn beloning met een chrono van 32u29. Drie kwartier beter dus.“Na 80 kilometer lag ik nochtans achter op mijn schema, maar stelselmatig kon ik het tempo opdrijven en de schade inhalen. Ik wist perfect in welke tijd ik op elk tussenpunt moest doorkomen, alles was in detail voorbereid. Een werk van maanden. Nooit geraakte ik in het rood: aan de aankomst bedroeg mijn polsslag 67 tegen 88 verleden jaar. Het kwaadste moment? De beklimming van de Sangas; pikkedonker, amper vijf graden.“

Om zijn handicap te overwinnen – Dammekens is volledig blind aan een oog, terwijl het gezichtsvermogen van het andere ook beperkt is – zocht hij het gezelschap op van een tegenstander die voor hem wou klimmen. Zo kon hij veilig de top bereiken.

En de voeding onderweg? ”Drinkbare voeding en veel zouttabletten“, aldus Wilson. ”Op vooraf uitgekozen controle- en bevoorradingspunten klaargezet door mijn begeleiders. Aan hen heb ik trouwens veel te danken. Ook aan radiojournalist Kris Baert. Die speelde het klaar om me onderweg te interviewen en ons praatje rechtstreeks door te sturen en uit te zenden. Familie en supporters konden op die manier mijn prestatie bijna op de voet volgen. Ik mocht dus niet afgaan…“

Volgend jaar terug?

”Ik denk het niet“, aldus de 44-jarige Galmaardenaar. ”Ik nam twee keer deel en daar laat ik het wellicht bij. Ik bereikte wat ik wou bereiken. En daar ben ik dik tevreden mee.“

Joseph Buteneers:

Aan terugkeren denkt onze derde Belg, Joseph Buteneers, (nog) niet. Voor de 43-jarige Linternaar was deze Spartathlon trouwens al zijn derde. ”Maar de beide vorige keren liep het serieus mis“, aldus Joseph.’’Bij mijn eerste poging (1994) kneep ik de remmen al dicht na ongeveer 85 kilometers. Ik kon niet tegen de hitte en had niet genoeg getraind.

Verleden jaar (1995) zat ik met een kater van een ander ras op mijn kot. Wij waren met drie Belgen Leo van Tichelen, Robert D’Hooghe en ik wij moesten stoppen na 206 kilometer, maar zonder die al te idiote officieel zouden wij wellicht de streep gehaald hebben. Die kerel wou ons uit koers nemen, wegens tijdsachterstand, op een punt waar het volgens de reglementen niet kon. Zeker een halfuur hebben we daar staan kibbelen en vloeken, tot hij ons uiteindelijk toch vrij liet.Maar de veer was gebroken, wij zagen het niet meer zitten.Toen zei Leo van Tichelen het volgende tegen mij: ”Ik ben er zeker van dat het u ooit zal lukken“.

Die woorden waren voor mij hemelse muziek, want 1993 had ik hem inlichtingen gevraagd over de Spartathlon en hij had mij bot weg geantwoord. ”U kunt daar niks gaan doen“.

Ik wou revanche nemen.

Daarom keerde ik dit jaar (1996) terug.“Derde keer, goede keer: 51ste in 35u30. ”Het liep vlot“, aldus Joseph. ”Een echte inzinking kende ik niet, alleen de laatste rechte lijn van 40 kilometer naar Sparta woog zwaar.Maar voor wie niet. Gelukkig stond ik mentaal sterk wegens de historie van vorig jaar. Problemen ’s nachts?

Niet direct, bij de spoorwegen ben ik gewoon om ’s nachts te werken en mijn ogen open te houden.“Griekenland, het land van retsina en souvlaki. ”Na de koers ja“. Tijdens vooral veel vloeibare honing en in het eerste wedstrijdgedeelte veel appels. Voor het sap voornamelijk. Als drank nog water en cola bij. Ja, cola. Je kunt er zo heerlijk van boeren…“

Mijn verleden liet nochtans weinig goeds uitschijnen voor een ultraloopbaan. ”Tot mijn zestiende was ik actief bij een atletiekclub, maar op die leeftijd doken er andere genoegens des levens op.“ Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en op advies van mijn buur Luc Bogaerts besliste ik terug het korte broekje aan te trekken.

”Weet je dat ik er toen nog zo’ n twee pakjes sigaretten per dag doortrok? Na Vijf dagen schreef ik mij in voor een jogging in Landen. ACHT KILOMETER, moet lukken, dacht ik. Maar het werd een hel. Een uur deed ik er over om als een stervende aan te komen. Het was dus kiezen verder roken of verder lopen.

De trein was vertrokken.

 

Onuitwisbare herinnering aan de Spartathlon '96



DE START

Rond de klok van zeven

Joeg men ons in de regen

De eerste kilometers werden moeiteloos verteerd

We liepen als drie musketiers door de regen

AAN KM 42

Wij beschikten waarschijnlijk over hetzelfde strijders bloed

'Puffend, 'kreunend, hijgend

Zwoegend, zwetend, zwijgend

AAN KM 70

Een musketier ging op avontuur (Wilson)

We spraken geen enkel woord

Dat leek ons in deze omstandigheden ongehoord

 AAN KM 81

Misschien moet ik maar stoppen

Die stijfheid, die pijn

Maar ik ben te moe om me om mijn gezondheid te bekommeren

AAN KM 124

Twee musketiers nog steeds samen (Katia en Joseph)

Het gaat nu om iets anders

Dat we het halen in de vooropgestelde tijd

AAN KM 148

Ik tel mijn passen, ik spuw helemaal alles…..

Op moeilijke ogenblikken

Wisselden we alleen veel betekende blikken

AAN KM 156

Het gaat bergop. Ik versnel

De snelheid is uit mijn hoofd in mijn bennen gekomen

Op een lange, nijdige helling haakte je af (Katia)

Ik vond het zowaar een beetje laf

Kilometers lang waren we elkaars steun

AAN KM 159 BEYS LADDER

Je liet mij alleen in mijn ongelijke strijd

Tegen mezelf, de berg en de tijd

Eerst dacht ik je nog op te wachten

Om samen met gebundelde krachten, de top te halen

DE BEKLIMMING

Zwoegend, zwetend, kruipend

Op handen en voeten de top bereikend

Achter de top wenkte de eindmeet

AAN KM 206

Hier was ik er in '95 al een keer dichtbij

Nu moet ik verder

Mijn lichaam en mijn geest gaven elkaar de hand

En ging er met leeuwenmoed tegenaan

AAN KM 222, 5

Toen kreeg ik een fikse dreun

Nog even, af en toe richtte ik mijn kop op

Ik moest verder

Ik kon niet meer maar ik moest wel verder

AAN KM 236

Uit het niets was je verschenen (Katia)

En vroeg om samen de eindmeet te halen

Maar ik joeg je verder

In het niets was je verdwenen

ALLERLAATSTE KILOMETER

NOG VIJFHONDERD METER

Ik probeer te lopen

NOG HONDERD METER

Niks geen pijn meer.

Kippenvel en lichtjes gegeneerd.

Omwille van het gejuich.

IK HAAL HET.

Mijn leven had tijdens de SPARTATHLON maar een doel gehad.

Die eindstreep bereiken binnen die tijd.

NOG NOOIT WAS IK ZO DIEP IN MIJZELF ALGEDAALD


Joseph buteneers